ECLI:NL:RBDHA:2022:2985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublinverdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 18 maart 2022 te Middelburg. Partijen waren vertegenwoordigd door hun gemachtigden. Na de zitting werd onmiddellijk uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat op diezelfde dag uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.2298), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan.