ECLI:NL:RBDHA:2022:3083
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens schending hoorplicht
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. De aanvraag werd afgewezen op grond van een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO), die oordeelde dat met de arbeid van eiser geen wezenlijk Nederlands belang werd gediend. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en liet eiser niet horen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte van de hoorplicht is afgezien, omdat het aanvullend advies van de RvO aanleiding gaf tot twijfel en dus tot het horen van eiser had moeten leiden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2, 7:2 en 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De inhoudelijke beoordeling van het advies van de RvO werd bevestigd: eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn ondernemerschap een wezenlijk Nederlands belang dient. De rechtbank liet daarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.