ECLI:NL:RVS:2014:2879
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat weigering verblijfsvergunning zelfstandige niet onrechtmatig is
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft het hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond had verklaard. De rechtbank had het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State overweegt dat het advies van het Agentschap NL, waarop de staatssecretaris zijn besluit baseert, inzichtelijk en zorgvuldig is en dat het verdringingseffect onderdeel uitmaakt van de beoordeling van het vereiste wezenlijk Nederlands belang. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn onderneming economisch levensvatbaar is en een wezenlijk Nederlands belang dient.
De Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en dat het standstill-beginsel is geschonden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.