ECLI:NL:RBDHA:2022:3169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak opvolgende asielaanvraag
Verzoeker heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 8 februari 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 18 maart 2022 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk. Bij uitspraak van dezelfde datum in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.2508) is het beroep inhoudelijk behandeld en beslist.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.