Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Chavez-Vilchez(ECLI:EU:C:2017:354).
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 22 maart 2022 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000, eerst op basis van artikel 59b en vervolgens op grond van artikel 59. Hij betwistte de rechtmatigheid van deze bewaring, onder meer vanwege het ontbreken van een rechtmatig terugkeerbesluit en het ontbreken van concreet zicht op uitzetting naar Algerije.
De rechtbank overwoog dat hoewel er recente ontwikkelingen waren in de samenwerking met Algerije, zoals presentaties bij de Algerijnse vertegenwoordiging en het verstrekken van laissez-passers, deze omstandigheden onvoldoende waren om te concluderen dat er concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestond. Dit oordeel was in lijn met eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Gezien het ontbreken van concreet zicht op uitzetting achtte de rechtbank de maatregel van bewaring onrechtmatig en beveelde de opheffing ervan per 31 maart 2022. Tevens kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.000 voor de onrechtmatige detentieperiode van tien dagen en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten van €1.518.
De overige beroepsgronden werden niet inhoudelijk behandeld vanwege het oordeel over het zicht op uitzetting. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is opgeheven wegens het ontbreken van concreet zicht op uitzetting naar Algerije en eiser ontvangt een schadevergoeding.