ECLI:NL:RBDHA:2022:3328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over bewaring van gezin met minderjarige in vreemdelingenrechtelijke procedure
Eisers, een gezin met een minderjarige dochter en Armeense nationaliteit, werden in maart 2022 in bewaring gesteld na afwijzing van hun asielaanvragen. De rechtbank beoordeelde de verzwaarde belangenafweging en de gronden voor bewaring. Hoewel de belangen van het gezin zijn meegewogen, oordeelde de rechtbank dat de bewaring langer dan twee weken onrechtmatig was vanwege het ontbreken van fysiek verzet en het feit dat opvolgende asielaanvragen nader onderzoek vereisten.
De rechtbank verwierp het verweer dat de recht op rechtsbijstand was geschonden, aangezien contact was geweest met de asieladvocaat en geen verplichting bestond tot het informeren van een piketadvocaat. Tevens concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet volstaan kon worden met een lichter middel, mede gelet op medische omstandigheden en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat eisers zich aan toezicht zouden onttrekken.
De beroepen tegen de eerste bewaringbesluiten werden ongegrond verklaard, maar die tegen de latere besluiten gegrond. De rechtbank beval opheffing van de bewaring per 1 april 2022 en kende een schadevergoeding toe van €1.200 voor onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden proceskosten van €1.518 aan eisers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart beroepen tegen eerste bewaringbesluiten ongegrond, beroepen tegen latere besluiten gegrond, beveelt opheffing bewaring per 1 april 2022 en kent schadevergoeding en proceskosten toe.