Eiser, met Syrische nationaliteit, diende op 18 juni 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het bestaan van een veilig derde land, de Filipijnen, waar eiser toegelaten kan worden vanwege zijn familiebanden en de mogelijkheid tot een tijdelijke verblijfsvergunning (TRV).
Eiser betwistte zijn toelating tot de Filipijnen en voerde aan dat hij geen toegang zou krijgen, mede omdat hij geen paspoort bezit en de Filipijnse ambassade ontkende hem toegang te verlenen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser tot de Filipijnen kan worden toegelaten, onder meer op basis van openbare bronnen.
De rechtbank vond de verklaringen van eiser over het paspoort en contact met een kamergenoot tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd om het tegendeel te bewijzen. Ook ontbraken stukken die het ontbreken van een TRV-aanvraag onderbouwden. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om tot de Filipijnen te worden toegelaten.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit tot niet-ontvankelijkheid in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.