Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de Staatssecretaris van Defensie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt dat in het bestreden besluit, zoals toegelicht ter zitting, deugdelijk is gemotiveerd dat de werkzaamheden van eiser niet zijn aan te merken als het nagenoeg volledig waarnemen van de functie. Niet in geschil is dat eiser tijdens de projectperiode niet continue werkzaamheden voor het project heeft verricht. Er waren ook periodes van luwte waarin eiser alleen zijn eigen functie uitoefende. Ook is niet gebleken dat eiser zijn eigen werkzaamheden voor 106 INLESK niet kon vervullen naast die voor het project. De oud-commandant JISTARC kolonel Van Dalen heeft in een tevredenheidsbetuiging opgenomen dat eiser bij de oprichting en opbouw van 109 een hoofdrol heeft gespeeld en omdat er geen project officier gevonden kon worden, eiser deze taak op zich heeft genomen. Hieruit kan de rechtbank niet opmaken dat eiser nagenoeg volledig de taken van de project officier heeft uitgeoefend. Daarbij komt dat de laatste projectleider, majoor Stijnman heeft verklaard dat in de meest drukke tijd maximaal één vergadering van één uur werd gehouden voor het project. De verklaring van luitenant R. Bruins van 7 februari 2022 die eiser heeft ingebracht, werpt geen ander licht op het geschilpunt. Hieruit kan veeleer worden afgeleid dat voor zover de werkzaamheden boven het eigen functieniveau lagen, die werden verricht met de verwachting dat daarvoor uiteindelijk een beloning zou kunnen komen in de vorm van een bevordering.
Beslissing
mr. J.A. Leijten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2022.