ECLI:NL:RBDHA:2022:339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Slowakije
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Slowakije volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 7 januari 2022, waarbij verweerder niet aanwezig was vanwege verhindering. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, mede omdat op hetzelfde moment in een gerelateerde zaak (NL21.18822) al een uitspraak op het beroep was gedaan.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is. De uitspraak is gedaan in het openbaar en schriftelijk vastgelegd in het proces-verbaal.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Slowakije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.