ECLI:NL:RBDHA:2022:3414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van familieleven met zijn gestelde zus en pleegmoeder (referente). Verweerder wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond en geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie of hechte persoonlijke banden.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig en ondeugdelijk had gemotiveerd, onder meer door het ontbreken van een officiële geboorteakte niet in aanmerking te nemen en het toepassen van een onjuist beoordelingskader. Verweerder erkende de familierechtelijke relatie, maar stelde dat geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven bestond.
De rechtbank overwoog dat de stelling dat referente pleegouder is onvoldoende was onderbouwd. Verweerder had terecht geoordeeld dat eiser niet structureel financieel afhankelijk was en onvoldoende emotionele afhankelijkheid had aangetoond. Getuigenverklaringen boden geen inzicht in de aard en duur van de zorgtaken. Ook het jongvolwassenenbeleid was niet van toepassing.
De rechtbank concludeerde dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestond en dat verweerder het horen van eiser en referente in bezwaar mocht achterwege laten. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van beschermenswaardig familie- of gezinsleven.