ECLI:NL:RBDHA:2022:3484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning explosieven op grond van veiligheidsrisico's na intrekking wapenverlof
Eiser, een beoefenaar van de schietsport en voormalig kandidaat bij de Koninklijke Marechaussee, vroeg om een erkenning op grond van de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) voor het vervaardigen, opslaan en gebruik van explosieven. Deze erkenning werd geweigerd door verweerder, de korpschef van politie, vanwege eerdere bevindingen dat eiser onbetrouwbaar was met wapens en explosieven, wat leidde tot intrekking van zijn wapenverlof.
Eiser voerde aan dat de negatieve beoordeling van de Koninklijke Marechaussee niet betrouwbaar was, omdat deze niet door een arts was opgesteld en dat hij positieve beoordelingen had ontvangen van de schietsportorganisatie en de AIVD. De rechtbank oordeelde dat de veiligheidsbelangen zwaarwegend zijn en dat de politiemutatie en rapportages van de KMar voldoende grond bieden voor het vermoeden dat eiser niet geschikt is voor het onder zich hebben van explosieven.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het verantwoord is om hem explosieven toe te vertrouwen. Gezien het grote maatschappelijke veiligheidsbelang mocht verweerder de erkenning weigeren zonder nadere belangenafweging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van erkenning op grond van de Wecg wordt ongegrond verklaard.