ECLI:NL:RBDHA:2022:3498

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
NL21.17644
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar

Eiser, een Russische nationaliteit bezittende asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 november 2021 waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Ter onderbouwing verwees hij naar het relaas van zijn echtgenote, die zich had bekeerd tot de religie van de Jehova’s getuigen. De rechtbank heeft het beroep van de echtgenote eveneens ongegrond verklaard omdat zij haar asielmotief niet aannemelijk had gemaakt.

Gezien het oordeel over de echtgenote kon eiser niet in aanmerking komen voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag terecht was afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en bekendgemaakt op 15 april 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.17644

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van Hoof).

ProcesverloopBij besluit van 9 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.17642, NL21.17643 en NL21.17645 op 3 maart 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Faas. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Russische nationaliteit te bezitten. Ter onderbouwing van zijn asielaanvraag heeft hij verwezen naar het relaas van zijn echtgenote, die stelt te zijn bekeerd tot de religie van de Jehova’s getuigen.
2. De aanvraag van eisers echtgenote is afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat zij haar asielmotief niet aannemelijk heeft gemaakt. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep hiertegen (NL 21.17642) ongegrond verklaard.
3. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr.N.H. de Zeeuw, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.