ECLI:NL:RBDHA:2022:3553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stellen verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
Eiseres, een Surinaamse nationaliteit houdende vrouw, diende op 5 november 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning tijdelijk humanitair voor medische behandeling. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat eiseres de leges niet had betaald en legde een terugkeerbesluit op.
Verweerder stuurde brieven op 16 en 30 november 2020 waarin eiseres werd verzocht de leges te voldoen. Deze brieven werden per gewone post verzonden en verweerder maakte aannemelijk dat deze brieven zijn verzonden aan het juiste adres. Eiseres stelde dat zij de brieven nooit ontving en dat de postbezorging geregeld misgaat, maar dit was onvoldoende om het ontvangstvermoeden te ontzenuwen.
Eiseres voerde ook aan dat het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege haar familiebanden in Nederland, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder dit niet hoeft te toetsen bij het terugkeerbesluit. Tevens was het horen van eiseres niet verplicht omdat het bezwaar redelijkerwijs niet tot een ander besluit kon leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken op 15 april 2022 door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunningaanvraag wegens niet betalen van leges is ongegrond verklaard.