ECLI:NL:RVS:2020:1373
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij dwangsom Winkeltijdenwet
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein legde Woonsquare op 14 juli 2016 een dwangsom van €5000 op wegens overtreding van de Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden Nieuwegein 2012. Woonsquare maakte op 7 november 2016 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en er geen verschoonbare reden was voor de overschrijding.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van Woonsquare ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid. Woonsquare stelde in hoger beroep dat het besluit haar niet of veel later had bereikt, waardoor de termijn niet correct zou zijn berekend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit naar het juiste adres was verzonden en dat Woonsquare onvoldoende feiten had gesteld om ontvangst te betwijfelen.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college in de bezwaarfase terecht had afgezien van het horen van Woonsquare. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van Woonsquare werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.