Stichting Rookpreventie Jeugd verzocht de minister van Volksgezondheid om openbaarmaking van documenten over contacten tussen het RIVM en de tabaksindustrie, met betrekking tot de totstandkoming van NEN/ISO-standaarden. De minister maakte een deel van de informatie openbaar maar weigerde andere delen op grond van vertrouwelijkheid, bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens, en mogelijke nadelige gevolgen voor internationale betrekkingen.
De stichting stelde dat de informatie openbaar moest zijn omdat het om basisinformatie van de democratische rechtsstaat gaat en ter bescherming van de volksgezondheid dient. NEN en ISO voerden aan dat openbaarmaking schadelijk is voor het normalisatieproces en hun verdienmodel.
De rechtbank oordeelde dat NEN-normen niet als algemeen verbindende voorschriften gelden en dat het belang van bescherming van bedrijfsgegevens en internationale betrekkingen zwaarder weegt dan het belang van volledige openbaarmaking. Ook werd geoordeeld dat de gevraagde documenten geen milieu-informatie bevatten die tot volledige openbaarmaking zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van Stichting Rookpreventie Jeugd ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.