ECLI:NL:RBDHA:2022:3739

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
22 april 2022
Zaaknummer
NL22.6237
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 2 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond

De eiser, een vreemdeling geboren te Riga, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000.

De maatregel van bewaring was inmiddels opgeheven op 12 april 2022. De rechtbank heeft daarom alleen beoordeeld of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was geweest en of er recht was op schadevergoeding.

Uit een eerdere uitspraak van 30 maart 2022 bleek dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was. De rechtbank toetste nu de periode tussen het sluiten van dat onderzoek en de opheffing van de maatregel. De klacht van eiser over het niet tijdig toevoegen en uitreiken van het besluit tot opheffing werd verworpen omdat het besluit pas na de opheffing was opgemaakt.

De rechtbank oordeelde dat de bewaring niet onrechtmatig was voortgezet en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.6237

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 13 maart 2022 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Verweerder heeft op 12 april 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 15 april 2022 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] te Riga (Letland). Zijn nationaliteit
is onbekend.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 30 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3039, volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door het besluit tot opheffing van de maatregel niet aan de stukken toe te voegen en dit besluit ook niet aan eiser uit te reiken.
5. De rechtbank stelt vast dat eisers bewaring blijkens het besluit tot opheffing van de maatregel met ingang van 12 april 2022 is beëindigd, maar dat dit besluit eerst de dag daarna, 13 april 2022, is opgemaakt en aan het dossier is toegevoegd. De rechtbank toetst de periode tussen het sluiten van het onderzoek in het eerste beroep en de opheffing van de maatregel van bewaring op 12 april 2022. Eisers beroepsgrond kan reeds daarom niet leiden tot het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig heeft voortgeduurd.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond;
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.