ECLI:NL:RBDHA:2022:3039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongegrond verklaard
Eiser is op 13 maart 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser betoogde dat hij onrechtmatig was staande gehouden vanwege een vermeende verkapte vreemdelingrechtelijke staandehouding en dat zijn medische bijzonderheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding niet vreemdelingrechtelijk was, maar voortkwam uit een strafrechtelijke politietaak in verband met een melding van kraken. De verbalisanten konden de identiteit van eiser niet direct vaststellen, wat de aanhouding rechtvaardigde. De medische omstandigheden van eiser waren onvoldoende onderbouwd, aangezien hij niet wilde antwoorden op vragen over medicijngebruik of behandeling.
Voorts was het handelen van verweerder voortvarend genoeg, aangezien de eerste vertrekhandeling binnen zes dagen na inbewaringstelling plaatsvond en een vlucht op dag vijf was aangevraagd. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.