Uitspraak
Beschikking op het op 3 mei 2021 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Bij Koninklijk Besluit van [datum KB] 1999 heeft [vader] (hierna: [vader] ), geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats] , Iran, het Nederlanderschap verkregen. Hij behield daarbij de Iraanse nationaliteit.
- Op 16 augustus 2001 is [vader] uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen in verband met emigratie met onbekende bestemming. Feitelijk heeft [vader] zich op 4 augustus 2001 gevestigd in Iran.
- Op [geboortedatum 2] 2003 is verzoekster geboren te [geboorteplaats] , Iran.
- [vader] heeft op 5 januari 2021 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade te Teheran, Iran. Dit paspoort is bij besluit van 3 februari 2021 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken geweigerd omdat [vader] op 1 april 2013 het Nederlanderschap heeft verloren op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro c van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
- [vader] heeft tegen deze beslissing bezwaar aangetekend, welk bezwaar bij beslissing van 27 juli 2021 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ongegrond is verklaard.
- [vader] heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.