ECLI:NL:RBDHA:2022:3956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek afkoelingsperiode voor gecontroleerde afwikkeling onderneming
De besloten vennootschap [verzoekster], actief in de [omschrijving bedrijfsactiviteiten], heeft de rechtbank verzocht om een afkoelingsperiode van twee maanden af te kondigen op grond van artikel 376 Faillissementswet Pro. Dit verzoek is gedaan in het kader van een openbare WHOA-procedure om een liquidatieakkoord voor te bereiden en zo een faillissement te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat [verzoekster] statutair in Nederland is gevestigd en dat de rechtbank Den Haag daarom bevoegd is de insolventieprocedure te behandelen. De afkoelingsperiode is noodzakelijk om de onderneming tijdelijk voort te zetten in het kader van een gecontroleerde afwikkeling, waarbij individuele verhaalsacties en faillissementsverzoeken worden geschorst.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers met de afkoelingsperiode zijn gediend, omdat een akkoord buiten faillissement een betere opbrengst kan genereren dan een faillissement. Daarbij is van belang dat [verzoekster] beschikt over een groothandelsvergunning en contractuele regelingen met derden die bij een faillissement mogelijk verloren gaan.
De afkoelingsperiode wordt vastgesteld van 25 april 2022 tot 25 juni 2022. Tevens is bepaald dat [verzoekster] uiterlijk 25 mei 2022 een voortgangsrapportage aan de rechtbank moet overleggen over de stand van zaken van het akkoord en de verkoop van activa.
Uitkomst: Verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode van twee maanden wordt toegewezen om gecontroleerde afwikkeling via liquidatieakkoord mogelijk te maken.