ECLI:NL:RBDHA:2022:406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 25 juni 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat Frankrijk structurele tekortkomingen vertoont in de asielprocedure en opvang, en dat overdracht aan Frankrijk indirect tot refoulement zou leiden. Tevens voerde hij zijn medische kwetsbaarheid aan.
De rechtbank overwoog dat Nederland in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk haar internationale verplichtingen niet zal nakomen. Het recente AIDA-rapport toonde wel problemen in Frankrijk, maar deze waren niet structureel of ernstig genoeg om een reëel risico op schending van fundamentele rechten aan te nemen. Eiser kan klachten indienen bij Franse autoriteiten indien problemen zich voordoen.
Ook de medische situatie van eiser vormt geen beletsel voor overdracht, aangezien medische voorzieningen vergelijkbaar zijn en eiser in Frankrijk eerder is behandeld. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen discretionaire bevoegdheid heeft uitgeoefend om de aanvraag toch in behandeling te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.