ECLI:NL:RBDHA:2022:4091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onvoldoende controle op schoonmaakmedewerkers
Eiseres, een maatschap met een huisartsenpraktijk, kreeg een boete van €19.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Dit omdat zij twee Oekraïense vreemdelingen heeft laten werken zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning en zonder dat zij hun identiteitsbewijzen had gecontroleerd.
Eiseres voerde aan dat zij met het schoonmaakbedrijf afspraken had gemaakt dat de werkzaamheden binnen de wet- en regelgeving zouden plaatsvinden en dat zij zelf geen zicht had op de naleving hiervan. Ook stelde zij dat het niet redelijk was om van haar te eisen de identiteitsbewijzen te controleren, zeker omdat het schoonmaakbedrijf deze niet had verstrekt. Daarnaast stelde zij dat zij niet is gehoord over haar bezwaren en dat het besluit vooringenomen was.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteurs niet vooringenomen waren en dat eiseres terecht is aangesproken op overtreding van de Wav. De verplichting om toezicht te houden en te controleren rust op eiseres als werkgever, ook als het werk buiten kantooruren wordt verricht. Er was geen sprake van volledige of verminderde verwijtbaarheid omdat eiseres geen gecertificeerde onderneming inschakelde en geen controle uitoefende. De boete werd passend geacht en niet gematigd.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet was gehoord, aangezien de ontvangstbevestiging en het formulier 'horen' per e-mail waren verzonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €19.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het beroep ongegrond.