ECLI:NL:RVS:2021:1097
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij tewerkstelling student
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellante een boete op van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een Chinese student zonder geldige tewerkstellingsvergunning voor meer uren dan toegestaan. De boete werd gematigd tot €4.000 vanwege vertraging en correcte loonbetaling. De rechtbank matigde verder tot €3.600, maar stelde dat verdere matiging niet aan de orde was.
Appellante stelde dat de implementatie van Richtlijn 2016/801 en de Beleidsregel 2020, die de toegestane arbeidsduur voor studenten verhoogden tot zestien uur per week, een verdere matiging of zelfs nihilstelling van de boete rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel de boete niet volledig kan worden afgewezen vanwege de verantwoordelijkheid van appellante als werkgever, de boete wel verder gematigd moet worden tot €2.000, verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis van de rechtbank dat de boete op €3.600 stelde en bepaalde dat de boete €1.800 bedraagt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van evenredigheid en actuele beleidsregels bij boeteoplegging in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €1.800 en het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard.