ECLI:NL:RBDHA:2022:4136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking studiefinanciering wegens ontbreken migrerend werknemerschap
Eiseres, met de Hongaarse nationaliteit, ontving studiefinanciering over juli tot en met september 2019 voor haar studie aan de Universiteit van Amsterdam. Na controle trok de minister de studiefinanciering in wegens het niet voldoen aan de nationaliteitseis en het ontbreken van migrerend werknemerschap.
Eiseres voerde aan dat zij tot juni 2019 daadwerkelijk werkte en in juli en augustus vakantiedagen opnam, en dat haar deelname aan een uitwisselingsprogramma in Canada een bijzondere omstandigheid vormde die behoud van haar werknemerschap rechtvaardigde. De minister stelde dat de arbeidsrelatie per 29 juni 2019 was beëindigd en dat er geen bewijs was van betaalde werkzaamheden daarna.
De rechtbank overwoog dat het begrip werknemer in EU-verband ruim is, maar dat voor behoud van de status migrerend werknemer vereist is dat de arbeidsrelatie voortduurt of dat er een verband is tussen de voorafgaande arbeid en een beroepsopleiding. Nu eiseres haar arbeidsrelatie beëindigde en geen verband bestond tussen haar studie en eerdere werkzaamheden, kon zij niet als migrerend werknemer worden aangemerkt.
Daarmee was de intrekking van de studiefinanciering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de studiefinanciering omdat eiseres geen migrerend werknemer was in de periode juli-september 2019.