ECLI:NL:RBDHA:2022:4196
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij afwijzing maatschappelijke opvang ondanks materiële en immateriële schade
Eiseres, sinds december 2018 met haar twee kinderen in Nederland verblijvend, verzocht om maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. Verweerder wees deze aanvragen af omdat eiseres feitelijk opgevangen werd en later over een eigen huurwoning beschikte. Eiseres stelde dat zij door de afwijzingen materiële en immateriële schade had geleden en daardoor procesbelang had.
De rechtbank overwoog dat procesbelang vereist dat het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenisvol is voor de indiener. Een louter formeel belang volstaat niet. Hoewel schade kan wijzen op procesbelang, moet de stelling daarvan niet op voorhand onaannemelijk zijn.
De immateriële schade bestond uit psychische en fysieke klachten door stress en het ontbreken van woonruimte, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd voor vergoeding. De materiële schade betrof lagere bijstandsuitkering en het niet ontvangen van huurtoeslag, maar dit werd verklaard door het feit dat daklozenuitkering en huurtoeslag niet gelijktijdig worden toegekend. Hierdoor was de gestelde schade op voorhand onaannemelijk.
Daarom werden de beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.