ECLI:NL:RBDHA:2022:4210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering ZW- en WIA-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Eiser heeft zich ziekgemeld voor werkzaamheden als grondwerker bij een bouwbedrijf en ontving daarop een ZW-uitkering, gevolgd door een WIA-uitkering. Na een themaonderzoek concludeerde het UWV dat er geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking omdat eiser geen persoonlijke arbeid had verricht. Verweerder trok de uitkeringen in en vorderde de bedragen terug.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiser in de relevante periode geen arbeid heeft verricht, mede op basis van urenlijsten zonder eisers naam en verklaringen van de directeur-grootaandeelhouder. Eiser slaagde er niet in dit te weerleggen met objectief bewijs. De arbeidsovereenkomst alleen is onvoldoende om een dienstbetrekking aan te nemen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat terugvordering gerechtvaardigd is. Het beroep op dringende reden om van terugvordering af te zien werd verworpen omdat de financiële gevolgen niet onaanvaardbaar zijn. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de ZW- en WIA-uitkeringen wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen persoonlijke arbeid heeft verricht.