Uitspraak
17.5122 ZW
mr. Van der Boor verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een Ziektewet-uitkering aangevraagd na werkzaamheden als grondwerker bij werkgever B.V. Het UWV stelde na een anonieme melding een onderzoek in en concludeerde dat appellant nooit daadwerkelijk voor werkgever B.V. heeft gewerkt, waardoor hij niet verzekerd was voor de Ziektewet. Op basis hiervan trok het UWV de uitkering met terugwerkende kracht in en weigerde een WIA-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen privaatrechtelijke dienstbetrekking had, mede vanwege tegenstrijdigheden in documenten, verklaringen en het ontbreken van loonadministratie en aanmelding bij de Belastingdienst. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel werkzaam was en dat het UWV geen bewijs had geleverd van een gefingeerd dienstverband.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het UWV had voldoende feiten en omstandigheden aangedragen waaruit bleek dat appellant geen werkzaamheden had verricht. Appellant slaagde er niet in met objectief en verifieerbaar tegenbewijs aannemelijk te maken dat er wel een dienstbetrekking bestond. De intrekking van de Ziektewet-uitkering en de weigering van de WIA-uitkering zijn daarmee terecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen dienstbetrekking had en de Ziektewet-uitkering terecht is ingetrokken en de WIA-uitkering geweigerd.