Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse burger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om bij zijn echtgenote in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het middelenvereiste en het oordeel dat sprake was van een gefingeerd dienstverband van de referente. De Inspectie SZW had een rapport uitgebracht dat verweerder gebruikte om het dienstverband als gefingeerd te bestempelen.
De rechtbank oordeelde dat het middelenvereiste als nieuwe beperking onder artikel 13 Besluit Pro 1/80 gerechtvaardigd kan zijn vanwege een dwingend algemeen belang. De rechtbank verwierp het beroep op de standstill-bepaling en het evenredigheidsbeginsel. Echter, de conclusie dat sprake was van een gefingeerd dienstverband was onvoldoende gemotiveerd. Diverse verklaringen en bewijsstukken wezen op een reëel dienstverband, en administratieve fouten konden niet aan de referente worden tegengeworpen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder ten onrechte niet heeft gehoord in de bezwaarfase, terwijl het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen.