ECLI:NL:RBDHA:2022:4329
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding proceskosten na sepot coronademonstratie
De strafzaak tegen verzoekster, die werd verdacht van het overtreden van artikel 11 van Pro de Wet openbare manifestaties tijdens een coronademonstratie op 5 mei 2020 in Den Haag, is geëindigd door een sepotbeslissing van de officier van justitie wegens ouderdom van het feit. Verzoekster vroeg vergoeding van de kosten van haar advocaat en de procedurekosten.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat ondanks het sepot een stevige verdenking tegen verzoekster bestond en dat de zaak niet is beëindigd wegens gebrek aan bewijs, maar om redenen van opportuniteit vanwege de achterstanden in de strafrechtketen tijdens de coronapandemie. Verzoekster had gehoord dat de demonstratie was beëindigd en had zich niet verwijderd, waarna zij werd aangehouden.
Gezien de omstandigheden acht de rechtbank geen gronden van billijkheid aanwezig om de kosten van rechtsbijstand en de procedurekosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van gronden van billijkheid.