ECLI:NL:RBDHA:2022:4331
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding proceskosten na sepot coronademonstratie
De strafzaak tegen verzoeker wegens overtreding van artikel 11 van Pro de Wet openbare manifestaties tijdens een coronademonstratie in Den Haag is geëindigd door een sepotbeslissing van de officier van justitie wegens ouderdom van het feit en beleidsmatige overwegingen.
Verzoeker vroeg vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en het indienen van het verzoekschrift ex artikel 530 Sv Pro. De rechtbank oordeelde dat ondanks het sepot een stevige verdenking bestond en dat de kosten daarom voor rekening van verzoeker moeten blijven. Er waren geen gronden van billijkheid om vergoeding toe te kennen.
De rechtbank nam mee dat de verdenking niet is weggenomen door de verklaring van verzoeker en dat de demonstratie niet was aangemeld, met een confrontatie met de ME. De proceshouding van verzoeker en de omstandigheden van de zaak maakten vergoeding niet redelijk.
Het verzoek werd daarom afgewezen en de kosten van rechtsbijstand en het verzoekschrift worden niet vergoed.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van gronden van billijkheid.