ECLI:NL:RBDHA:2022:4339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Eiseres diende een aanvraag om bijstand in die door verweerder buiten behandeling werd gesteld omdat zij niet binnen de gestelde termijn de gevraagde bankafschriften van haar Egyptische rekening over de laatste drie maanden voor de aanvraag had overgelegd. Verweerder had eiseres meerdere keren om deze informatie gevraagd en een hersteltermijn geboden met de waarschuwing dat bij niet-naleving de aanvraag buiten behandeling zou worden gesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het niet overleggen van de bankafschriften haar niet te verwijten viel, noch dat zij tijdig om uitstel had gevraagd. De overige gevraagde informatie behoefde daarom niet te worden besproken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 21 april 2022 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag om bijstand buiten behandeling mocht worden gesteld wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften.