ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag zonder waarschuwing in strijd met zorgvuldigheid
Appellante diende op 19 april 2006 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Na een eerste gesprek en verzoek om aanvullende stukken stelde het College de aanvraag op 12 juni 2006 buiten behandeling omdat niet alle gevraagde gegevens tijdig waren aangeleverd. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de rechtbank het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit tot buitenbehandelingstelling zonder voorafgaande waarschuwing in strijd was met de vereiste zorgvuldigheid. Het bestuursorgaan voerde aan dat artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet voorschrijft dat een waarschuwing expliciet moet worden gegeven.
De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan wel degelijk de aanvrager moet waarschuwen dat het niet tijdig aanleveren van ontbrekende gegevens kan leiden tot buitenbehandelingstelling. Het College had appellante niet op deze consequentie gewezen, waardoor het besluit in strijd is met artikel 3:2 Awb Pro. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het bestuursorgaan de zorgvuldigheid in acht moet nemen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van griffierechten. Hiermee wordt het belang van transparantie en zorgvuldigheid in bestuursprocedures benadrukt.
Uitkomst: Het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag wordt vernietigd wegens het ontbreken van een waarschuwing, en het bestuursorgaan moet een nieuw besluit nemen.