ECLI:NL:RBDHA:2022:4497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde parkeergarage in Noordwijk en afwijzing beroep
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een ondergrondse parkeergarage in Noordwijk, vastgesteld op €1.060.000 voor het jaar 2020. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van een waarderapport waarin vergelijkingsobjecten zijn gebruikt.
Eiseres stelde dat de huurwaardekapitalisatiemethode had moeten worden toegepast en dat de coronacrisis invloed zou moeten hebben op de waardebepaling. De rechtbank wijst dit af, omdat de waardepeildatum 1 januari 2019 is en de coronacrisis geen specifieke omstandigheid voor de onroerende zaak vormt. Ook andere door eiseres aangevoerde factoren zijn onvoldoende concreet onderbouwd.
Het beroep is ontvankelijk verklaard ondanks een lichte overschrijding van de beroepsperiode, omdat aannemelijk is gemaakt dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, mede vanwege een verlenging van de redelijke termijn door de coronacrisis.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde en de aanslag niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde is ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.