ECLI:NL:RBDHA:2022:4529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling WOZ-waarde winkelpanden en afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarden van twee winkelpanden met bijbehorende opslagruimtes en kelders, gelegen aan twee adressen in een plaats. De waardes waren vastgesteld op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de toegepaste huurwaarden en kapitalisatiefactor ter discussie stonden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat het beroepschrift tijdig ter post was bezorgd. Verweerder had voldoende aannemelijk gemaakt dat de waardes niet te hoog waren vastgesteld, onder meer door het overleggen van waarderapporten, matrices met vergelijkingsobjecten en een onderbouwde kapitalisatiefactor. Eiseres had onvoldoende concreet onderbouwde bezwaren ingebracht die invloed zouden hebben op de waardebepaling.
Verder wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, mede vanwege de verlenging van de redelijke termijn met vier maanden als gevolg van de coronacrisis. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebepalingen zijn ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.