ECLI:NL:RBDHA:2022:4539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bijstandsaanvraag afgewezen ondanks nabetalingen voor beëindigde onderneming
Eiser, voormalig rijschoolhouder, vroeg bijstand aan na beëindiging van zijn onderneming in december 2017. Verweerder wees de aanvraag af vanwege bijschrijvingen op bankafschriften die verweerder interpreteerde als voortzetting van bedrijfsactiviteiten.
De rechtbank stelde vast dat de bijschrijvingen nabetalingen betreffen voor werkzaamheden uit 2016, ondersteund door de jaarrekening van dat jaar en uitschrijving bij Kamer van Koophandel en Belastingdienst. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom het recht op bijstand vanaf februari 2019 wel werd erkend en eerder niet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bankafschriften uit een langere periode mocht betrekken bij de beoordeling, maar dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat eiser vanaf 20 juni 2018 recht had op bijstand.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 2 mei 2022.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en bepaalt dat eiser vanaf 20 juni 2018 recht heeft op bijstand.