ECLI:NL:RBDHA:2022:4598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag verblijf bij moeder met verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez
Eiser, een meerderjarige Surinaamse jongere, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aan om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. Zijn moeder verblijft sinds 2019 in Nederland op basis van het declaratoire verblijfsrecht uit het arrest Chavez-Vilchez, vanwege haar Nederlandse minderjarige dochter. Verweerder wees de MVV-aanvraag af omdat het verblijfsrecht van de moeder tijdelijk is en niet voldoet aan het vereiste van duurzaam verblijf en middelen.
Eiser voerde aan dat het verblijfsrecht van zijn moeder wel mogelijkheden biedt voor de aanvraag en dat de belangen van het kind en het familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro en artikel 20 VWEU Pro onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht van de moeder geen grondslag biedt voor een MVV, dat de moeder niet voldoet aan het middelenvereiste en dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de afwijzing geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank stelde vast dat de moeder en haar Nederlandse dochter niet worden gedwongen het grondgebied van de EU te verlaten en dat eiser in Suriname voldoende sociale steun heeft. Ook was eiser op het moment van de aanvraag bijna meerderjarig en niet afhankelijk van intensieve zorg. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de MVV-aanvraag.