ECLI:NL:RBDHA:2022:473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 29 augustus 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland verzocht Duitsland om eiser terug te nemen, wat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege rapporten over tekortkomingen in het Duitse asielbeleid en risico op refoulement. Tevens beroept hij zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en uitspraken van het EHRM. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen.
De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten garanties hebben gegeven voor correcte behandeling van de aanvraag en dat de aangehaalde rapporten geen structurele tekortkomingen aantonen die tot ernstige materiële deprivatie leiden. Ook is het beroep op refoulement onvoldoende onderbouwd. Mishandeling in Duitsland is niet voldoende onderbouwd om artikel 17 toe Pro te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.