ECLI:NL:RBDHA:2022:4843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag verzorgende ouder op grond van arrest Chavez-Vilchez
Eiser, afkomstig uit Bosnië-Herzegovina, vroeg om een verblijfsdocument EU/EER als verzorgende ouder van zijn minderjarige Nederlandse dochter. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij meer dan marginale zorgtaken verricht en dat zijn dochter gedwongen zou zijn de EU te verlaten als hem verblijf geweigerd wordt.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van een daadwerkelijke afhankelijkheidsrelatie. Het ouderschapsplan toonde aan dat de moeder het hoofdverblijf heeft en dat eiser zijn dochter slechts beperkt ziet. De door eiser overgelegde foto’s en verklaringen waren onvoldoende om een belangrijke rol in de zorg en opvoeding aan te tonen.
Daarnaast werd het beroep op het IVRK en artikel 8 EVRM Pro verworpen omdat geen sprake is van onrechtmatige inmenging in de identiteit van de dochter en de weigering van verblijf niet leidt tot gedwongen vertrek van de dochter uit de EU.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen daadwerkelijke afhankelijkheidsrelatie is aangetoond.