ECLI:NL:RVS:2021:1821
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afhankelijkheidsverhouding bij afwijzing verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling, met de Indiase nationaliteit, verzocht om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, vanwege verblijf bij zijn minderjarige stiefkinderen met de Nederlandse nationaliteit. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat volgens hem geen zodanige afhankelijkheidsverhouding bestond dat de kinderen gedwongen zouden zijn de EU te verlaten als de vreemdeling geen verblijfsrecht kreeg.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat geen afhankelijkheidsverhouding bestond, mede gezien de daadwerkelijke zorgtaken van de vreemdeling en de gezinssituatie. De staatssecretaris ging in hoger beroep maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat een afhankelijkheidsverhouding bestaat en dat het aan de staatssecretaris is om nader onderzoek te doen naar de gevolgen van weigering van verblijfsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.