ECLI:NL:RBDHA:2022:488
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverlening wegens niet melden inkomsten door cliënt
Eiser is op 3 januari 2018 toegelaten tot schuldhulpverlening en heeft de bijbehorende voorwaarden ondertekend, waaronder de verplichting om wijzigingen in inkomsten direct te melden. Verweerder beëindigde de schuldhulpverlening per 18 maart 2020 omdat eiser niet uit eigen beweging inkomsten uit een belastingteruggave over 2017 en extra salarisbetalingen in 2019 had gemeld.
Eiser stelde dat hij altijd medewerking heeft verleend en bankafschriften aan de consulent heeft gestuurd, maar dat het niet altijd mogelijk was om binnen de gestelde termijnen aanvullende stukken te leveren vanwege verblijf in het buitenland. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zijn verplichtingen niet is nagekomen omdat deze inkomsten onmiskenbaar van belang zijn voor het schuldhulpverleningstraject.
De rechtbank bevestigde dat verweerder bevoegd was het traject te beëindigen op grond van de beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening. Er waren geen omstandigheden die het gebruik van deze bevoegdheid in de weg stonden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van schuldhulpverlening wordt ongegrond verklaard.