ECLI:NL:RBDHA:2022:488

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
20_5400
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening 2013Art. 5 Beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening 2013
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldhulpverlening wegens niet melden inkomsten door cliënt

Eiser is op 3 januari 2018 toegelaten tot schuldhulpverlening en heeft de bijbehorende voorwaarden ondertekend, waaronder de verplichting om wijzigingen in inkomsten direct te melden. Verweerder beëindigde de schuldhulpverlening per 18 maart 2020 omdat eiser niet uit eigen beweging inkomsten uit een belastingteruggave over 2017 en extra salarisbetalingen in 2019 had gemeld.

Eiser stelde dat hij altijd medewerking heeft verleend en bankafschriften aan de consulent heeft gestuurd, maar dat het niet altijd mogelijk was om binnen de gestelde termijnen aanvullende stukken te leveren vanwege verblijf in het buitenland. De rechtbank oordeelde echter dat eiser zijn verplichtingen niet is nagekomen omdat deze inkomsten onmiskenbaar van belang zijn voor het schuldhulpverleningstraject.

De rechtbank bevestigde dat verweerder bevoegd was het traject te beëindigen op grond van de beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening. Er waren geen omstandigheden die het gebruik van deze bevoegdheid in de weg stonden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van schuldhulpverlening wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/5400

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. H.S. Franken),
en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder

(gemachtigde: M. Roodborst).

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2020 (primair besluit) heeft verweerder de schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening van eiser per 18 maart 2020 beëindigd.
Bij besluit van 3 juli 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is op 3 januari 2018 toegelaten tot de schuldhulpverlening. Eiser heeft daarbij de voorwaarden en de rechten en plichten die behoren bij schuldregeling ondertekend. Voorts is een plan van aanpak opgesteld en is de afloscapaciteit van eiser vastgesteld op
€ 38,- per maand.
2. Verweerder heeft bij het primaire besluit de schuldhulpverlening per 18 maart 2020 beëindigd. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd en zich op het standpunt gesteld dat uit het eerste heronderzoek is gebleken dat eiser in het kalenderjaar 2018 een belastingteruggaaf heeft ontvangen van € 818,- en dat hij dit bedrag niet heeft gereserveerd voor de schuldeisers. In het kalenderjaar 2019 is geconstateerd dat eiser naast zijn salaris ook substantiële bedragen van zijn werkgever heeft ontvangen. Volgens verweerder is eiser daarmee zijn verplichtingen niet nagekomen en heeft hij zijn aflosmogelijkheden niet aangewend voor zijn schuldeiseres.
3. Eiser voert aan dat hij altijd zijn medewerking heeft verleend om juiste informatie te verstrekken aan verweerder. Helaas lukte het niet altijd om die verzochte informatie binnen de gestelde korte termijn aan te leveren. Hij heeft altijd zijn bankafschriften aan de consulent verzonden zodra deze beschikbaar waren. Volledig inzichtelijk was dus volgens eiser welke inkomsten uit arbeid hij had en ook de teruggave van de belastingdienst bleek uit de bankafschriften. Na controle van de bankafschriften is aan hem nooit concreet om aanvullende en/of onderliggende stukken gevraagd. En als er al om werd gevraagd, was de termijn om te reageren te kort. Hij werkte namelijk het buitenland en was daarom regelmatig van huis.
4.1.
Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening 2013 (verder: de beleidsregels) doet verzoeker aan het college op verzoek en onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende het schuldhulpverleningstraject. Daaronder valt ook wijziging in het inkomen of uitkering.
4.2.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de beleidsregels kan het college, indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel een schuldhulpverleningstraject te beëindigen.
5. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier kan worden geconcludeerd dat eiser zijn inkomsten uit de belastingteruggave over 2017 en de inkomsten naast zijn reguliere salaris over het jaar 2019 niet uit zichzelf heeft gemeld. Pas bij controle door verweerder zijn deze inkomsten aan het licht gekomen. De rechtbank wijst bij wijze van voorbeeld naar de bankafschriften over de maand mei 2019. Uit de bankafschriften blijkt dat eiser op 28 mei 2019 een salaris van zijn werkgever [werkgever] B.V. overgemaakt heeft gekregen, zijnde een bedrag van € 2071,70, en dat dit bedrag overeenstemt met de salarisspecificatie van die maand. Daarnaast is blijkens de bankafschriften op 29 mei 2019 door deze werkgever ook nog een bedrag van € 397,10 aan eiser overgemaakt. Eiser had deze extra inkomsten en zijn inkomsten uit de belastingteruggave op grond van artikel 4 van Pro de beleidsregels wel zelf moeten melden, nu deze inkomsten onmiskenbaar van belang zijn voor de (voortzetting van de) schuldhulpverlening. Ook in de door eiser ondertekende voorwaarden is vermeld dat eiser wijzigingen in zijn financiële en persoonlijke omstandigheden direct moet melden. Nu eiser heeft nagelaten voormelde inkomsten te melden, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zich niet heeft gehouden aan de gestelde voorwaarden van het schuldhulpverleningstraject en was verweerder bevoegd om het schuldhulpverleningstraject per 18 maart 2020 te beëindigen. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden dat verweerder geen gebruik had mogen maken van deze bevoegdheid.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van W.M. Colpa, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.