ECLI:NL:RBDHA:2022:4884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering ten onrechte verrichte Ziektewet-betalingen
Eiseres ontving vier betalingen van het UWV ten onrechte op haar bankrekening, omdat haar werkgever eigenrisicodrager is voor de Ziektewet. Het UWV vorderde het totaalbedrag van €21.289,89 terug en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres stelde dat een gedeeltelijke kwijtschelding van 50% op zijn plaats was vanwege een betalingsregeling en haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank overwoog dat het UWV conform artikel 33 ZW Pro onverschuldigde betalingen mag terugvorderen en dat afzien van terugvordering alleen mogelijk is bij een eenmalige aflossing van ten minste 50% van de restschuld of bij dringende redenen. De betalingsregeling voorzag niet in een dergelijke eenmalige aflossing en eiseres maakte niet aannemelijk dat de terugvordering onaanvaardbare financiële of sociale consequenties voor haar heeft.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 7 april 2022, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van onterecht betaalde Ziektewet-uitkeringen wordt ongegrond verklaard.