Eiseres, Stichting Kreda, heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het UWV over de definitieve tegemoetkomingen op grond van de NOW-1 en NOW-2 regelingen. Bij het besluit over NOW-1 werd een terugvordering opgelegd wegens een te hoog voorschot en het niet tijdig indienen van de loonaangifte over mei 2020. Bij het besluit over NOW-2 werd eveneens een terugvordering opgelegd, maar na bezwaar werd de tegemoetkoming verhoogd en de terugvordering verlaagd.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum voor het indienen van de loonaangifte, 19 juli 2020, terecht is gehanteerd en dat eiseres geen uitzonderingsgrond heeft aangetoond om de loonaangifte over mei 2020 later te mogen indienen. De regeling is generiek en maatwerk is niet mogelijk, mede ter voorkoming van fraude. De rechtbank volgt ook dat het volledige verschil tussen loonsom referentiemaand en subsidieperiode op de tegemoetkoming in mindering mag worden gebracht, ongeacht het omzetverlies.
Ten aanzien van NOW-2 oordeelt de rechtbank dat de terugvordering geen strafkorting is, maar een terugvordering van teveel betaalde subsidie. Wel constateert de rechtbank een motiveringsgebrek omdat verweerder niet heeft aangetoond dat belangen van eiseres en de minister zijn afgewogen bij de subsidieverlaging. Daarom wordt het besluit over NOW-2 vernietigd en wordt verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.