Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 december 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] te [plaatsnaam] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Werkgevers ontvangen in eerste instantie dan minder subsidie dan waar de werkgever op had gerekend, maar in bezwaar kan daar op worden teruggekomen door in de geest van de regeling te handelen. In welke situaties dit het geval is, is altijd een individuele beoordeling die op verifieerbare gegevens moet worden gebaseerd”. Ten slotte is de beëindiging van een stage-overeenkomst ook niet gelijk te stellen met een einde van een arbeidsovereenkomst, zodat aan het doel van baanbehoud en het geven van een prikkel daartoe in deze zaak minder betekenis toekomt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en stelt de hoogte van de subsidie vast op € 739,91 en de hoogte van de terugvordering op € 691,09;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 49,00 aan eiseres te vergoeden.