ECLI:NL:RBDHA:2022:4915

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 mei 2022
Publicatiedatum
24 mei 2022
Zaaknummer
NL22.5883
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op buiten behandeling stellen opvolgende asielaanvraag wegens niet verschijnen bij gehoor

Eiseres heeft een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door verweerder buiten behandeling is gesteld omdat zij tweemaal niet is verschenen bij het gehoor zonder geldige reden. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen dit besluit behandeld, waarbij eiseres niet is verschenen op de zitting ondanks voorafgaande berichtgeving.

De rechtbank overweegt dat verweerder een aanvraag buiten behandeling mag stellen indien de aanvrager niet verschijnt bij een gehoor en niet binnen twee weken kan aantonen dat dit niet aan hem of haar te wijten is. Eiseres is op 18 februari 2022 en 29 maart 2022 zonder bericht niet verschenen bij de gehoorzittingen. Hoewel eiseres in het aanvraagformulier melding maakte van depressie en geheugen- en concentratieproblemen, heeft zij geen medische documenten overgelegd die dit ondersteunen.

Ook de in beroep overgelegde brief van de coördinator van de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht is onvoldoende om een ander oordeel te rechtvaardigen, aangezien deze niet van een medisch deskundige is en geen bewijs levert dat een medisch onderzoek noodzakelijk is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.5883
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres,

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.R. van der Linde),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. F.M. van de Kamp).

ProcesverloopBij besluit van 29 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling gesteld.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL22.5884, op 6 mei 2022 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk
uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder kan een aanvraag buiten behandeling stellen indien een vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor en hij binnen een termijn van twee weken niet heeft aangetoond dat dit niet aan hem toe te rekenen is. [2]
2. Eiseres is twee keer uitgenodigd voor een gehoor opvolgende aanvraag. Op 18 februari 2022 is eiseres voor het eerst zonder bericht niet verschenen bij het gehoor. Bij brief van 8 maart 2022 is zij in de gelegenheid gesteld om haar medische situatie met medische documenten te onderbouwen, zodat beoordeeld kan worden of een medisch onderzoek moet worden verricht voorafgaande aan het gehoor. Daar is geen gevolg aan gegeven. Zij is bovendien op 29 maart 2022 zonder voorafgaand bericht wederom niet verschenen bij het gehoor. Gelet hierop heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiseres terecht buiten behandeling gesteld. De vermelding in het aanvraagformulier voor de opvolgende asielaanvraag [3] dat zij depressief is en dat zij geheugen- en concentratieproblemen heeft, is onvoldoende om anders te oordelen. In dat formulier wordt immers vermeld dat de aanvrager, indien mogelijk, medische documenten dient over te leggen. Dat is niet gebeurd. Niet is gebleken dat dit voor eiseres niet mogelijk was.
3. De eerst in beroep overgelegde brief van de coördinator van SNDVU [4] kan niet leiden tot een ander oordeel. Allereerst: de brief is niet van een (medisch) deskundige. In die brief staat dat de GGZ-instelling Altrecht heeft geadviseerd om een zorgmelding te doen, maar dat dit nooit echt is opgepakt. Verder staat in de brief dat eiseres door haar huisarts is verwezen naar een psycholoog, maar dat zij daaraan geen gevolg heeft gegeven. Eiseres heeft dus ook in beroep niet kunnen aantonen dat haar situatie aanleiding geeft voor een medisch onderzoek dat voorafgaat aan een gehoor voor haar opvolgende asielaanvraag.
4. De aanvraag is terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep is ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1033.
3.Formulier M35-O.
4.Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht.