Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit bezittende persoon, werd op 25 maart 2022 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze tot 6 april 2022 rechtmatig.
Na het sluiten van het onderzoek op 12 mei 2022 werd de maatregel door verweerder opgeheven. De rechtbank beoordeelde daarom alleen de vraag of eiser recht had op schadevergoeding vanwege de voortzetting van de bewaring na 6 april 2022. Eiser stelde dat de bewaring onevenredig was omdat hij weigerde mee te werken aan een covid-test, wat noodzakelijk was voor zijn overdracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inspanningen had verricht om eiser te bewegen alsnog mee te werken aan de covid-test, en dat de bewaring binnen de termijn van zes weken van de Dublinverordening viel. Daarom was de voortzetting van de bewaring niet onevenredig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.