ECLI:NL:RBDHA:2022:4925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord tegen weigering schuldeiser in problematische schuldensituatie
Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €85.582,80 verdeeld over negentien schuldeisers. Zij heeft meerdere schuldregelingen aangeboden waarbij Island als enige schuldeiser niet akkoord ging. Met ondersteuning van de gemeente Den Haag en onder beschermingsbewind heeft verzoekster een maximaal haalbaar voorstel gedaan, waarbij schuldeisers een deel van hun vorderingen ontvangen en het restant wordt kwijtgescholden.
Island betwist de ontvankelijkheid van verzoekster en stelt dat de rechtsverhouding wordt beheerst door het recht van Curaçao, waardoor de Nederlandse Faillissementswet niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat verzoekster in Nederland woont en dat de rechtsmacht losstaat van het toepasselijke materiële recht.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde instantie is uitgevoerd en dat het voorstel goed is gedocumenteerd. Na belangenafweging oordeelt de rechtbank dat het onredelijk is dat Island weigert in te stemmen met het akkoord, mede omdat het voorstel maximaal is en de meerderheid van schuldeisers (91,29%) heeft ingestemd.
De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af omdat het dwangakkoord wordt toegewezen. Island wordt bevolen mee te werken aan het akkoord, waarmee een schuldenvrije toekomst voor verzoekster wordt bevorderd.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op aan schuldeiser Island en wijst het WSNP-verzoek af.