Uitspraak
NL22.2062 (beroep dochter) NL22.2063 (voorlopige voorziening dochter)
“Bevatten uw bezwaren elementen die u liever niet in deze samenstelling, dus met een mannelijke medewerker en een vrouwelijke tolk, naar voren brengt?
“Mijn inschatting is dat moeder veel hulp nodig heeft van mij. Ze is er nog lang niet. Het heeft me veel tijd en moeite gekost om het vertrouwen van moeder te winnen en als ze terug gestuurd zou worden naar Italië, zal haar gedrag onvoorspelbaar zijn.
(…)
Concluderend vind ik dat moeder niet moet worden overgedragen naar Italië. De hulp zou ermee teniet worden gedaan, er is weer risico op dat moeder zich aan het toezicht onttrekt en haar vertrouwen is te broos dat zij mee gaat in het overdragen van hulp aan iemand in Italië”.
Volgens de gemachtigde is zowel ten aanzien van [eiseres 2] als eiseres 1 sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht naar Italië van onevenredige hardheid getuigt, waardoor aanleiding is voor verweerder om artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening [5] toe te passen. Eiseres 1 is getraumatiseerd en het is voor het welzijn van eiseres 1 en [eiseres 2] van groot belang dat de hulpverlening voortgezet kan worden met hun vertrouwenspersoon (in Nederland). Eiseres 1 moet daarbij als alleenstaande moeder met een zeer jong kind als bijzonder kwetsbaar worden aangemerkt. [6]
Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat het niet gebruikelijk is dat het belang van een kind expliciet wordt gewogen in de besluitvorming omdat het belang van het kind is verdisconteerd in de Dublinverordening. Verder waren de in beroep aangehaalde omstandigheden bij verweerder ten tijde van de besluitvorming niet bekend. Verweerder heeft daar daarom geen rekening kunnen houden. Alle in beroep aangevoerde omstandigheden van eiseressen zijn, afgezet tegen de relevante wet- en regelgeving, werkinstructies en jurisprudentie, samen niet voldoende om aangemerkt te worden als zodanige bijzondere, individuele omstandigheden om daarmee artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening toe te passen. Er kunnen individuele afspraken worden gemaakt in Italië met de beschikbare hulpverleningsstructuren. Volgens verweerder is eiseres 1 niet als bijzonder kwetsbaar aan te merken, en zelfs als zij dat wel zou zijn, kan er nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan worden. Mede gelet op het feit dat er nieuwe wetgeving is in Italië (met meer waarborgen), betekent dat bij bijzonder kwetsbare personen geen extra eisen gesteld of individuele garanties verkregen hoeven te worden als bedoeld in het arrest Tarakhel.
€ 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
Zaaknummers NL22.2062 en NL 22.2063
De voorzieningenrechter verklaart de voorlopige voorziening niet-ontvankelijk
.