ECLI:NL:RVS:2020:3044
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluiten niet in behandeling nemen asielaanvragen minderjarige en broer
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die zijn besluiten van 29 augustus 2019 vernietigde. In die besluiten waren aanvragen van twee broers uit Irak om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Een van hen was minderjarig bij de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de asielaanvragen niet aan zich had getrokken, met name met betrekking tot het belang van de minderjarige vreemdeling. De staatssecretaris voerde aan dat hij de belangen voldoende had betrokken en dat het niet nodig was een medisch deskundige te raadplegen.
De Raad van State oordeelt dat hoewel het niet verplicht was een medisch deskundige te raadplegen, de staatssecretaris niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij afzag van het aan zich trekken van de aanvragen. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen van overdracht aan Bulgarije voor het welzijn van de minderjarige. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris opnieuw moet beslissen, met inachtneming van het belang van de minderjarige.
Daarnaast veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij asielprocedures van minderjarigen binnen de Dublinverordening.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.