ECLI:NL:RBDHA:2022:5006
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verstrekking strafrechtelijke stukken aan curator faillissement
Verzoeker, voormalig statutair directeur van een failliete vennootschap, verzet zich tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om stukken uit een strafrechtelijk onderzoek te verstrekken aan de curator in het faillissement van de vennootschap. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie onder leiding van het Functioneel Parket.
Verzoeker betwist dat het verzoek van de curator voldoet aan de vereisten van artikel 19 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) en voert aan dat het belang van de curator niet opweegt tegen zijn persoonlijke belangen, mede omdat het strafrechtelijk onderzoek nog loopt en hij nog niet inhoudelijk heeft kunnen reageren. Tevens stelt hij dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en niet voldoet aan proportionaliteit en subsidiariteit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een inhoudelijke beoordeling van het besluit in deze spoedprocedure niet goed mogelijk is en dat de belangenafweging moet leiden tot schorsing van het besluit. Het belang van verzoeker bij niet-verstrekking weegt zwaarder dan het belang van onmiddellijke verstrekking aan de curator, die bovendien geen spoedeisend belang heeft gesteld.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst tot twee weken na verzending van de uitspraak op het beroep, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verstrekking van strafrechtelijke stukken aan de curator is geschorst in afwachting van de beroepsprocedure.