ECLI:NL:RVS:2019:3806
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake verstrekking politiedossier aan verzoekster
De moeder van appellante is in 2015 overleden, waarna de politie ter plaatse onderzoek deed. Appellante heeft in september 2017 het politiedossier ingezien en verzocht om een afschrift. De korpschef weigerde dit verzoek op grond van de Wet politiegegevens (Wpg), omdat geen recht op verstrekking bestond.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd het beroep tegen deze weigering te behandelen, omdat de brief van de korpschef geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overweegt dat het niet-verstrekken van politiegegevens in dit geval geen rechtsgevolg heeft en geen besluit is. Het verzoek van appellante betrof bovendien geen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 25 Wpg Pro, maar een document. Daarom is de Wpg niet van toepassing en kan het verzoek ook niet als een aanvraag in de zin van de Awb worden aangemerkt.
De Afdeling concludeert dat de korpschef geen besluit heeft genomen waartegen beroep openstaat en dat de rechtbank terecht onbevoegd was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de korpschef geen besluit heeft genomen waartegen beroep openstaat.