ECLI:NL:RBDHA:2022:5009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld en eerwraak
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden', gebaseerd op huiselijk geweld door haar ex-man en de vrees voor eerwraak bij terugkeer naar Marokko.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van dit vereiste. Tevens achtte verweerder onvoldoende aannemelijk dat eiseres zich niet kan onttrekken aan het huiselijk geweld door terugkeer naar het land van herkomst. De vrees voor eerwraak werd niet als grond voor de vergunning erkend.
De rechtbank oordeelt dat de enkele vrees voor eerwraak onvoldoende is onderbouwd met objectieve stukken en dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.